
Je team groeit, je zoekt kantoorruimte en dan komt de vraag: hoeveel vierkante meter hebben we nodig? Het antwoord hangt af van wat de arbo-regels minimaal voorschrijven én van wat prettig werkt. Wie alleen op het minimum stuurt, krijgt een kantoor dat op papier klopt maar in het echt krap voelt.
Wat zijn de arbo-eisen voor een werkplek op kantoor?
Eerst een misverstand uit de weg: de Arbowet zelf noemt nergens een aantal vierkante meters. De wet zegt dat een werkplek veilig en gezond moet zijn, met voldoende bewegingsruimte. Hoe je dat concreet maakt, staat in NEN 1824, de norm voor de oppervlakte van kantoorwerkplekken. Strikt genomen geen wet, maar in de praktijk wél de maatstaf waar de Arbeidsinspectie en arbodiensten aan toetsen.
De arbo-richtlijnen voor een werkplek stellen daarnaast eisen aan het meubilair: een bureau voor beeldschermwerk is minimaal 120 cm breed en 80 cm diep, met een verstelbare stoel. Vraag je je af wat de minimale breedte van een werkplek is volgens de Arbowet: de wet noemt geen centimeters, maar via de normen kom je uit op die 120 cm bureaubreedte plus vrije loopruimte eromheen.
NEN 1824 werkt met een optelsom: 4 m² voor elke werkplek die langer dan 2 uur per dag wordt gebruikt, plus 1 m² voor een plat beeldscherm, 1 m² voor een lees- en schrijfvlak, 1 m² per kast en 2 m² per persoon voor een vergadervoorziening. Een gewone beeldschermwerkplek komt zo op ongeveer 7 m².
Dat gaat puur om de werkplek zelf. Reken je gangen, vergaderruimtes en pantry mee, dan kom je op 10 tot 15 m² kantoorruimte per persoon.
Werkt je team hybride, dan heb je minder werkplekken nodig dan je mensen hebt. Veel organisaties rekenen met 6 à 7 werkplekken per 10 medewerkers:
Traditioneel kantoor | Hybride kantoor | |
Werkplekken per 10 medewerkers | 10 | 6 à 7 |
| M² per persoon (incl. algemene ruimtes) | 10–15 m² | 6–10 m² |
Kanttekening: hybride teams komen vaak juist naar kantoor om samen te werken. Wat je bespaart op bureaus, wil je deels teruggeven in overleg- en belplekken.

Hoeveel ruimte achter je bureau?
Naast vierkante meters stelt NEN 1824 eisen aan doorgangen: minstens 90 cm vrije ruimte achter een bureau, en 120 cm als er een looproute langs de bureaus loopt. Die 90 cm is er om normaal te kunnen gaan zitten en opstaan; de 120 cm zorgt dat een collega erlangs kan zonder dat jij je stoel hoeft in te schuiven.
Zo bereken je het benodigde vloeroppervlak
De arbo-rekensom gaat over netto meters (NVO): de ruimte waar je bureaus en looppaden echt staan. Huur je kantoorruimte, dan betaal je meestal per m² verhuurbaar vloeroppervlak (VVO), inclusief een aandeel in gedeelde ruimtes. In [ons artikel over VVO, BVO en NVO] leggen we dat verschil uit. Reken dus eerst uit wat je werkplekken en overlegruimte nodig hebben, en check daarna of de netto meters van het kantoor daarbij passen.
Rekenvoorbeelden: 4, 10 en 20 personen
Uitgaand van standaard werkplekken van 7 m²:
4 personen. 28 m² aan werkplekken. Met een overlegplek en kastruimte is 45 à 55 m² een comfortabele maat.
10 personen. 70 m² aan werkplekken. Met vergaderruimte en een belplek kom je op 100 tot 130 m². Hybride met 7 werkplekken volstaat vaak 80 tot 100 m².
20 personen. 140 m² aan werkplekken. Realistisch zit je met twee vergaderruimtes en pantry tussen de 200 en 280 m².
De vuistregel uit deze sommen: 10 tot 15 m² per medewerker voor het hele kantoor. Wil je andersom weten hoeveel werkplekken je per m² kwijt kunt in een bestaande ruimte: deel de netto oppervlakte door 10 à 15. En let op bij advertenties: daar staan meestal VVO-meters, inclusief gedeelde ruimte. Zoek dus iets ruimer dan je netto rekensom.
Tips en veelgemaakte fouten
Denk in zones: focusplekken, overlegplekken en informele ruimtes, elk op een logische plek. Houd de route van de deur naar de koffie vrij van werkplekken, want dat is de drukste lijn van elk kantoor. En plan in open ruimtes minstens één stilteplek of belcabine per 8 à 10 medewerkers.
De valkuilen kennen we inmiddels wel: alleen het bureau-oppervlak rekenen (vergeet de stoel, loopruimte en kasten en je komt bedrogen uit), de 90 en 120 cm loopruimte onderschatten, en pas ná het tekenen van het huurcontract gaan rekenen. Doe het andersom, en neem meteen wat groeiruimte mee.
Of slag het rekenwerk gewoon over
Je kunt met de meetlint langs de bureaus, de norm ernaast en een plattegrond vol zones. Kan. Maar je kunt ook een kantoor kiezen waar dat huiswerk al is gedaan. Bij Officina voldoen de werkplekken ruimschoots aan de normen, en groeit je team, dan schuif je gewoon door naar een grotere ruimte. Plan een tour en neem je meetlint mee. Mag ook thuisblijven.
Praktische tips voor kantoorinrichting
- Slim indelen:
Werk met zones: focusplekken, overlegplekken en informele ruimtes. - Looproutes meenemen:
Zorg voor logische paden en voorkom dat mensen langs bureaus moeten manoeuvreren. - Geluid en privacy:
Open kantoren vragen om stilteplekken of belruimtes.
Veelgemaakte fouten
- Alleen het bureau-oppervlak rekenen
- Geen rekening houden met loopruimte
- Arbo-eisen onderschatten
- Te veel werkplekken op te weinig m²
Dit zorgt vaak voor onrust, lagere productiviteit en klachten.
Veelgestelde vragen
- Wat zijn de ARBO-eisen voor een werkplek?
De Arbowet verplicht een veilige en ergonomische werkplek met voldoende ruimte, licht en ventilatie. - Hoeveel ruimte achter een bureau volgens arbo?
Minimaal ongeveer 1 meter vrije ruimte achter de stoel. - Hoeveel m² heb je nodig voor 4 personen?
Gemiddeld 40 m² netto kantoorruimte, exclusief extra faciliteiten. - Wat is de minimale breedte van een werkplek?
Een werkplek is meestal minimaal 120 tot 160 cm breed, afhankelijk van de inrichting.